Hoe beoordelen studenten en hoogleraren opleidingen, hoe komen de ranglijsten van Elsevier Weekblad tot stand? Hoe vind je de opleiding die voldoet aan jouw kwaliteitseisen? Beste studies van Elsevier Weekblad werd voor het eerst uitgevoerd in 1994. Het onafhankelijke onderzoek is uitgegroeid tot een uitgebreide en overzichtelijke online gids met kwaliteitsinformatie over alle opleidingen aan vrijwel alle vestigingen van hogescholen en universiteiten.

Deze pagina geeft praktische uitleg bij de gegevens op de website. Technische informatie over berekeningen en geraadpleegde bronnen is te vinden in dit achtergronddocument (pdf).

 

Klik op de badge voor een versie in hoge resolutie

INHOUD

A. HOE WERKT HET?
1. VOOR WIE?
2. VIND OPLEIDINGEN
3. WAAROM KAN IK MIJN OPLEIDING NIET VINDEN?
4. VERGELIJK HOGESCHOLEN EN UNIVERSITEITEN

B. STUDENTENOORDELEN
5. WAT VINDEN STUDENTEN?
6. HOE ZIJN DE OORDELEN BEREKEND?
7. WELKE ONDERDELEN ZIJN BEOORDEELD?

C. ACHTERGRONDINFORMATIE
8. INFORMATIE VAN DE INSTELLING
9. ACCREDITATIE
10. CONTACTTIJD
11. RENDEMENT
12. TOELATING EN SELECTIE
13. STUDENTENPOPULATIE
14. INTERNATIONALISERING
15. NA DE OPLEIDING

D. BESTE HOGESCHOLEN EN UNIVERSITEITEN
16. HOE ZIJN UNIVERSITEITEN EN HOGESCHOLEN BEOORDEELD?

E. OVER DE MAKERS
17. WIE MAKEN BESTE STUDIES?

 

1. VOOR WIE?

Beste studies is in de eerste plaats bedoeld voor scholieren van havo en vwo die een bacheloropleiding willen kiezen. In de tweede plaats voor bachelorstudenten die op zoek zijn naar een geschikte masteropleiding. Verder is het onderzoek nuttig voor iedereen die geïnteresseerd is in de kwaliteit van opleidingen in het Nederlandse hoger onderwijs.

Elsevier Weekblad vergelijkt alle opleidingen in het hoger onderwijs. Oordelen van studenten en hoogleraren vormen de basis van het onderzoek. Naast deze oordelen geeft Elsevier Weekblad extra kwaliteits- en achtergrondinformatie per opleiding. De oordelen van studenten komen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE). Voor de extra achtergrondinformatie is gebruik gemaakt van gegevens uit het bestand ‘1Cijfer Hoger Onderwijs’ en de Studiekeuzedatabase.

2. VIND OPLEIDINGEN

Op de zoekpagina staan alle beoordeelde opleidingen onder elkaar. De opleiding van je keuze kun je op verschillende manieren vinden. Zoek eenvoudig in de lange lijst, of typ de naam van de opleiding van je keuze onder 'Vind opleiding' en klik op GA.

Een zoekopdracht kun je verfijnen aan de hand van je voorkeuren. Op welk niveau zoek je een opleiding: hbo-bachelor, universitaire bachelor, master of researchmaster?

Binnen welke sector zoek je een opleiding? Je kunt je voorkeur aanvinken in een lijstje. Een aantal sectoren is specifiek voor hbo-bacheloropleidingen of juist voor universitaire opleidingen.

Je kunt daarnaast aangeven aan welke hogeschool of universiteit je een opleiding zoekt. Alle instellingen staan onder elkaar onder 'Hogeschool of universiteit'.

Het is ook mogelijk om te zoeken naar opleidingen in een regio. Geef een postcode en selecteer de maximale afstand waarbinnen je wilt zoeken. Klik op GA.

Wanneer je een onmogelijke combinatie van voorkeuren geeft, krijg je automatisch weer de complete lijst met beoordeelde opleidingen op vestigingsniveau te zien.

3. WAAROM KAN IK MIJN OPLEIDING NIET VINDEN?

Alleen voltijdopleidingen met een accreditatie van de Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie (NVAO) zijn in het onderzoek meegenomen. Deeltijdopleidingen zijn niet beoordeeld. Daarom ontbreken bijvoorbeeld opleidingen van de Open Universiteit.

4. VERGELIJK HOGESCHOLEN EN UNIVERSITEITEN

Klik op de opleiding van je keuze om alle instellingen die deze opleiding aanbieden zichtbaar te maken. Vink maximaal vier hogescholen of universiteiten aan die je wilt vergelijken en klik op  

Je kunt ook direct doorklikken naar een pagina met alle achtergrondinformatie over de opleiding aan een hogeschool of universiteit van je keuze. Klik daarvoor op de naam van de universiteit of hogeschool of op

5. WAT VINDEN STUDENTEN?

Studenten beoordelen hun eigen opleiding in de Nationale Studenten Enquête (NSE), een jaarlijks tevredenheidsonderzoek. Hiervoor zijn ruim 728.000 studenten benaderd in het eerste kwartaal van 2017 en 38,6 procent van de benaderde studenten vulde een vragenlijst in. Als ervaringsdeskundigen kunnen zij de dagelijkse gang van zaken binnen hun opleiding goed beoordelen.

Uit de NSE selecteerde Elsevier Weekblad vragen die een volledig en betrouwbaar beeld geven van de mening van studenten over hun opleiding. Onderzoeksbureau ResearchNed berekende uit de resultaten de vergelijkende oordelen. Opleidingen met een respons van minder dan tien studenten krijgen geen scores.

De antwoorden op alle vragen zijn samengevoegd tot scores op zes hoofdpunten: faciliteiten, onderwijs, inrichting van de opleiding, docenten, toetsing, organisatie en communicatie.

6. HOE ZIJN DE OORDELEN BEREKEND?

Wat zeggen de tevredenheidspercentages precies? Studenten geven in de NSE op een vijfpuntsschaal aan hoe tevreden zij zijn over een groot aantal aspecten van hun opleiding. Hierbij staat 1 voor 'zeer ontevreden' en 5 voor 'zeer tevreden'. De percentages 'tevreden studenten' op de vergelijkingspagina en op de pagina's met gedetailleerde achtergrondinformatie over opleidingen geven weer hoeveel studenten 'tevreden' of 'zeer tevreden' zijn, ofwel een '4' of '5' gaven. Achter sommige cijfers in de lijst op de vergelijkingspagina staan plusjes of minnetjes. Hiermee wordt aangegeven of het oordeel significant hoger, dan wel lager is dan gemiddeld voor dezelfde opleiding aan alle hogescholen dan wel universiteiten. 'Significant' wil hier zeggen: er is 95 procent kans dat het verschil opnieuw wordt gevonden als het onderzoek wordt herhaald. Meer informatie over de berekening van de oordelen vind je in dit achtergronddocument.

Op de detailpagina's met alle resultaten voor de afzonderlijke opleidingen worden de percentages (zeer tevreden) studenten in een grafiek vergeleken met de gemiddelde score van alle instellingen waar die opleiding wordt aangeboden. Bij de berekening van dit gemiddelde is rekening gehouden met studentenaantallen, zodat opleidingen evenredig aan de omvang meewegen. Als maar van één instelling resultaten beschikbaar zijn, dan staat er geen gemiddelde in de grafiek.

7. WELKE ONDERDELEN ZIJN BEOORDEELD?

Studenten beoordelen hun opleiding op de volgende punten:

Faciliteiten
Aan de studenten is gevraagd hoe tevreden zij zijn over de onderwijsruimten, werkplekken, ict-faciliteiten, bibliotheek, mediatheek en de digitale leeromgeving.

Onderwijs
Sluit de opleiding aan op de vooropleiding van de studenten? Hoe tevreden zijn zij over de spreiding van de studielast over het jaar, de haalbaarheid van deadlines, de gehanteerde werkvormen en inhoudelijke kwaliteit van het studiemateriaal? Hoe beoordelen zij de aandacht voor communicatieve vaardigheden in het onderwijs? En: Is het onderwijs uitdagend genoeg?

Voor hbo’ers en academici zijn daarnaast afzonderlijke vragen opgenomen. In welke mate leren hbo’ers om problemen op te lossen, conclusies te onderbouwen en samen te werken? En voor de academici: zijn de studenten te spreken over wat zij verwerven aan academische vaardigheden, zoals analytisch denken en het beoordelen van wetenschappelijk werk? En zijn zij tevreden over de mate waarin zij leren om wetenschappelijk onderzoek te doen en artikelen te schrijven?

Inrichting van de opleiding
Sluit de inhoud aan bij het beeld dat studenten vooraf van hun opleiding hadden? Hoe beoordelen zij de mogelijkheid die hun opleiding biedt om zelf de inhoud te bepalen? Sluiten stages aan bij het overige onderwijs? Hoe waarderen zij het contact met de beroepspraktijk?

Voor hbo’ers tellen enkele specifieke vragen mee. Doen ze voldoende vaardigheden op voor de beroepspraktijk? Hoe staat het met de praktijkgerichtheid van hun opleiding? Academici beoordelen de kwaliteit van de stagebegeleiding en de samenhang tussen de onderdelen van hun opleiding.

Docenten
Studenten beoordelen hun docenten op inzet, bekwaamheid, inhoudelijke deskundigheid, didactische kwaliteit, betrokkenheid bij studenten en de bereikbaarheid buiten de contacturen uit het studierooster. Hbo'ers beoordelen ook de kwaliteit van de stagebegeleiding.

Toetsing
Sluiten de toetsen aan bij de inhoud van de opleiding en zijn de criteria duidelijk?

Organisatie en communicatie
Studenten geven aan of zij tijdig resultaten en beoordelingen van hun werk krijgen en of zij voldoende informatie krijgen over hun studievoortgang. En krijgen zij voldoende informatie over geldende regels en procedures? Zijn roosters en roosterwijzigingen op tijd bekend en hoe beoordelen de studenten de 'studeerbaarheid' (bijvoorbeeld spreiding en tijdstippen) van de roosters?

Totaaloordeel van studenten
Het gemiddelde over de zes rubrieksscores is het totaaloordeel over de opleiding.

Rang studentenoordeel
De totaaloordelen bepalen de plaats op de ranglijst.

Wel/niet aanraden aan anderen
Aan studenten is gevraagd of zij hun opleiding zouden aanraden aan familie, vrienden of collega's. Of anders gezegd: hoeveel procent van de studenten is al dan niet 'promotor' van zijn eigen opleiding.

8. INFORMATIE VAN DE INSTELLING

Beschrijvingen van de opleidingen boven aan de detailpagina's zijn afkomstig van de opleidingen zelf. Elsevier Weekblad is niet verantwoordelijk voor eventuele onduidelijke of slordige teksten.

9. ACCREDITATIE

Een opleiding wordt alleen erkend in binnen- en buitenland als deze een zogeheten accreditatie krijgt van De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De NVAO gaat periodiek na of een opleiding voldoet aan criteria en het kwaliteitskeurmerk verdient.

Als een opleiding op een of meerdere onderdelen - of 'facetten' - een onvoldoende scoort, dan krijgt de hogeschool of universiteit meestal een jaar de tijd om de zaken weer op orde te krijgen. Wanneer dat van toepassing is, staat in Beste studies aangegeven op welke onderdelen een opleiding een onvoldoende kreeg van de NVAO of juist 'excellent' scoorde. De informatie over accreditaties is overgenomen uit de Studiekeuzedatabase. Meer informatie is te vinden op de website van de NVAO.

10. CONTACTTIJD

In de NSE geven studenten aan hoeveel uren contacttijd zij per week aangeboden krijgen. Dit kunnen colleges zijn, maar ook andere geroosterde contacturen met docenten, zoals begeleide werkgroepen. Hogescholen en universiteiten hebben afgesproken dat eerstejaarsstudenten ten minste 12 contacturen moeten krijgen. In de NSE geven studenten aan hoeveel contacturen zij zelf tellen. Zegt minder dan eendere dat dit minder is dan 12 uur, dan krijgt de opleiding een groen klokje. Zegt eenderde of meer dat dit minder is dan 12 uur, dan krijgt de opleiding een zwart klokje. Meldt tweederde minder dan 12 uur contacttijd, dan staat er een rood klokje.

In een staafdiagram wordt het percentage studenten weergegeven dat de contacttijd per week (veel) te weinig vindt.

11. RENDEMENT

Switchers
Het percentage studenten dat na één jaar studie afhaakte. Zij gingen ergens anders studeren, of stapten over naar een andere opleiding binnen dezelfde hogeschool of universiteit. Er zijn ook studenten die stopten met studeren.

Afgestudeerd binnen 4 of 5 jaar
Het percentage studenten dat binnen de termijn plus één jaar zijn studie afrondt. Een universitaire bacheloropleiding duurt drie jaar. Een bachelor aan de hogeschool duurt vier jaar. De rendementcijfers voor de laatste lichting waarover gegevens beschikbaar zijn, verschijnen binnenkort op de website.

12. TOELATING EN SELECTIE

Vereiste vooropleiding
Welke eisen stelt de opleiding aan de vooropleiding van studenten?

Type toelatingsbeleid
Hanteert de opleiding een toelatingsbeleid, en hoe vindt de selectie plaats? Een numerus fixus is een vooraf vastgesteld aantal toe te laten studenten. Voor sommige opleidingen gelden aanvullende eisen om toegelaten te worden. Denk hierbij aan aspirant-studenten voor de kunstacademie die moeten kunnen aantonen dat zij kunstzinnige aanleg hebben.

Bindend studieadvies
Bij opleidingen met een bindend studieadvies (BSA) moeten studenten een minimum aantal studiepunten per jaar halen. Volgens het European Credit Transfer System (ECTS) staat een studiepunt voor 28 uren. Een volledig studiejaar telt 1.680 studie-uren, ofwel 60 punten. Als een student het minimale aantal punten niet haalt, dan moet hij doorgaans vertrekken. Een aantal instellingen heeft niet aangegeven of zij een bsa hanteren. Voor sommige opleidingen moeten eerstejaars alle 60 studiepunten halen.

Collegegeld tweede studie
Voor een tweede studie (na afronding van een eerste bachelor- of masteropleiding) betalen studenten het instellingscollegegeld. De hoogte van het instellingscollegegeld verschilt per instelling en soms per opleiding. De instellingscollegegelden zijn geïnventariseerd door ResearchNed. Studenten betalen geen extra collegegeld als zij een tweede bachelor- of masteropleiding in de sectoren zorg of onderwijs volgen en nog geen diploma behaalden in één van deze sectoren. Ook als een student tijdens een eerste opleiding begon met een tweede opleiding en deze ononderbroken volgt, hoeft geen extra collegegeld worden betaald.

13. STUDENTENPOPULATIE

Studentenaantal
Het aantal studenten dat zich in 2016-2017 voor een voltijdopleiding heeft ingeschreven.

Ontwikkeling aantal studenten
De ontwikkeling van het aantal studenten tussen 2014 en 2016. Hoort de opleiding bij de 20 procent opleidingen met de meeste groei, dan is aangegeven dat het studentenaantal is 'toegenomen'. Hoort de opleiding bij de 20 procent met de grootste afname van het studentenaantal, dan is sprake van 'afname'. Van de overige 60 procent is aangegeven dat het aantal in die jaren ongeveer gelijk is gebleven. Voor de opleidingen die korter dan drie jaar bestaan, is geen cijfer berekend.

Man-vrouw-verdeling
Het percentage mannelijke en vrouwelijke studenten.

Vooropleiding vwo (hbo-bachelor)
Het percentage hbo’ers dat van het vwo komt.

Gemiddeld cijfer havo of vwo
Het gemiddelde eindexamencijfer dat studenten op het vwo haalden. Voor hbo’ers is daarnaast het gemiddelde eindexamencijfer havo berekend.

14. INTERNATIONALISERING

Buitenlandse studenten
Het aandeel buitenlandse studenten bepaalt het internationale karakter van een opleiding. Een student geldt als ‘buitenlands’ als hij een vooropleiding in het buitenland heeft afgerond en beide ouders niet de Nederlandse nationaliteit bezitten. Alleen buitenlandse studenten die de opleiding in voltijd volgen, worden meegeteld.

Anderstalig onderwijs
Voor sommige opleidingen geldt dat het onderwijs in het Engels of Duits wordt aangeboden.

Tevreden over internationalisering
Studenten beoordelen de volgende punten met betrekking tot internationalisering:

  • De mate waarin de opleiding stimuleert om in het buitenland te studeren
  • De mogelijkheden die de opleiding biedt voor studeren of stage in het buitenland
  • De mate waarin de opleiding stimuleert om kennis te maken met andere culturen
  • De mate waarin in het studieprogramma aandacht wordt besteed aan internationale aspecten
  • De beheersing van de Engelse taal van docenten

Het gemiddelde percentage over deze punten bepaalt de score

15. NA DE OPLEIDING

Te behalen titel
De titulatuur die de opleiding aan de afgestudeerde verleent (bijvoorbeeld Bachelor of Science, Master of Arts).

Studeert verder aan universiteit (hbo)
Van alle gediplomeerde hbo-bachelors uit 2015 is nagegaan welk deel is doorgestroomd naar de
universiteit.

 

16. HOE ZIJN UNIVERSITEITEN EN HOGESCHOLEN BEOORDEELD?

 

In Elsevier Weekblad van week 39 (2017) staan de hogescholen en universiteiten met de meeste (en minste) tevreden studenten. Er is onderscheid gemaakt naar drie typen universiteiten: breed, specialistisch en technisch. Hogescholen zijn onderverdeeld in brede en specialistische hogescholen en hogescholen voor kunst. Aan de studenten in de Nationale Studenten Enquête is gevraagd een algemeen oordeel te geven: 'Hoe tevreden ben je over je studie in het algemeen?' Dit deden zij op een schaal van 1 tot 5.

De scores per opleiding zijn vergeleken met het gemiddelde oordeel van alle opleidingen binnen het betreffende soort hoger onderwijs (hbo of universiteit). Per instelling is het aantal opleidingen geteld dat significant boven het gemiddelde scoort en het aantal opleidingen opleidingen dat significant onder het gemiddelde scoort.

De score per instelling is berekend door het aantal slecht scorende opleidingen in mindering te brengen op het aantal goed scorende opleidingen: een opleiding krijgt een score van -1 als deze slechter scoort dan het landelijk gemiddelde, een score van 1 als deze beter scoort dan het landelijke gemiddelde en een score van 0 als deze op het landelijk gemiddelde scoort. Het totaal aantal punten per instelling is gedeeld door het totaal aantal beoordeelde opleidingen van de instelling, het percentage dat daaruit volgt, bepaalt de positie op de ranglijst.


17. WIE MAKEN BESTE STUDIES?

Het onderzoek Beste studies is een productie van de onderzoeksredactie van Elsevier Weekblad, bestaande uit Ruud Deijkers en Arthur van Leeuwen (chef). Onderzoeksinstituut ResearchNed uit Nijmegen selecteerde en bewerkte in opdracht van Elsevier Weekblad de gegevens van de Nationale Studenten Enquête. Projectleider van het onderzoek bij ResearchNed is dr. Anja van den Broek, onderzoeker is drs. Danny Brukx.

De gegevens uit de NSE en Studiekeuzedatabase zijn afkomstig van Studiekeuze123. De stichting Studiekeuze123 (SK123) is een initiatief van de Vereniging Hogescholen, de Verenigde Nederlandse Samenwerkende Universiteiten en de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding. SK123 is een onafhankelijke stichting, gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Technische informatie over berekeningen en geraadpleegde bronnen is te vinden in dit achtergronddocument (pdf).